“Mensen willen continuïteit en ze weten: bij Beelen is altijd werk, ik sleep het overal vandaan” >>> Ondernemerstips van Wim Beelen: O Niet moeilijk doen! “Een lage opleiding heeft zijn voordelen. Ik ben niet hoogbegaafd. Dan ga je alles heel simpel analyseren. Niet moeilijk. Problemen zie ik nooit. Wel gevaren. Maar daar is altijd een oplossing voor.” O Wees hardnekkig in de acquisitie “Ik heb acht jaar lang geacquireerd bij VolkerWessels. Lobbyen, lobbyen, lobbyen. Drie jaar geleden kwamen er opdrachten los en nu, midden in de crisis, zijn zij een van onze grootste klanten.” O Durf los te laten… “Ik wil doorgroeien naar een omzet van tweehonderdvijftig miljoen. Ik heb heel lang de regie in eigen hand gehouden, maar hier heb ik zwaargewichten voor nodig. Onlangs heb ik vijfentwintig procent van de aandelen verkocht aan een kei van een adviseur. De deal was in tien minuten rond. Hijheeft een nieuw directieteam aangenomen en samen gaan we nu nog veel harder groeien.” O …maar verlies niet het contact met de werkvloer “Eind vorig jaar scheurde dat winkelcentrum in Heerlen en moest het deels gesloopt. Dat was niet meer mijn pakkie-an. Toch ben ik erheen gereden, heb plannen gemaakt en die gepresenteerd, de boel contractueel op orde gebracht, een persconferentie gedaan, de buurtbewoners toegesproken en ik ben gebleven tot het veilig was. Ik merkte aan mijn mannen dat ze het geweldig vonden dat hun baas daar stond.” Ik ging van onderaanneming naar hoofdaanneming. Machines had ik niet, wel een busje met wat koevoeten, hamers, scheppen en bezems. Gingen we plafondjes eruit trekken en wandjes omgooien en dan huurden we een container voor het afval.” Na een jaar deed hij zijn eerste grote investering, een veertigtons kraan, een aanschaf die voor een nieuweling op de markt nogal onbezonnen leek. “Tsja, iedereen had op dat moment een twintigtons kraan en met wat iedereen al heeft, kun je niet verdienen. Je moet altijd de dingen doen die niet iedereen al doet, snap je? Dus ik had een veertigtons kraan nodig. Kostte 360.000 gulden. Dat geld had ik natuurlijk niet en daarom stapte ik naar een merk dat nog klein was, maar heel graag wilde klimmen: Hyundai. Zei ik tegen de leverancier: ‘Ik neem die kraan en jullie sturen me zesendertig maanden een factuur. Daarna is ie van mij.’ Nu kijken ze je raar aan als je het niet zo doet, maar toen was het uniek. ‘Dat doen we niet’, zeiden ze. Waarop ik zei: ‘Dan ga ik naar de concurrent’. Uiteindelijk 14 MAART 2012 kreeg ik die kraan. En elke maand een factuur van tienduizend gulden. Da’s keihard werken om dat te verdienen, geloof me, daar word je niet trager van.” KLEIN DUIMPJE Tussen de aanschaf van de grootste kraan naar de status van ’s lands grootste sloopbedrijf lag uiteindelijk slechts vijf jaar. “Ik dacht: het zijn allemaal Goliaths en ik ben Klein Duimpje. Als je daar dan in no time overheen vliegt, dan zegt dat meer over de ander dan over jezelf. Ik bedoel: als zij een heel goede bedrijfsvoering hadden, zou ik niet zo snel hebben kunnen groeien. Toch? Aan mijn managementkwaliteiten heeft het niet gelegen. Ik ben een onwijs slechte manager. Kampioen in het structuur ergens uithalen. Waarom moet je dingen vastleggen, het zit toch in je hoofd? Dat is natuurlijk niet zo. En alles wordt hier gewoon vastgelegd hoor. Ik ben geen manager, maar wel al twintig jaar een heel sterke leider. Ik heb mensen om me heen verzameld die met
sommige dingen slimmer omgaan dan ik. Daar kan ik van genieten. Er is hier weinig verloop. Ik durf beslissingen te nemen. Daarmee motiveer je je mensen. Je hebt van die lui die vijf onderzoeksbureaus aan het werk zetten voordat ze een knoop doorhakken. Als het dan misloopt, is het niet hun schuld. Dat vind ik waardeloze adviseurs. Voor mij is het simpel: wat zijn de risico’s en zijn die risico’s beheersbaar? Natuurlijk, dat gaat wel eens niet goed. Maar zonder tegenwind krijg je geen sterke benen. Van mij mag iedereen in het bedrijf meebeslissen. Een verkeerd besluit? Niet erg, als je er maar van leert. Maar twéé keer een verkeerde beslissing nemen? Dat ga je bij mij niet overleven.” EEN BEETJE NARRIG In 2005 begon Beelen over de grens te kijken. “In Nederland was ik uitgegroeid. Toen ben ik bij de buren gaan rondneuzen. Maar als je in België succesvol wilt zijn, moet je iedereen omkopen. Dat is niet ons sterkste punt. En in Duitsland struikel je over de Pünktlichkeit. Dat is lastig uit te leggen, maar reken maar dat je daar de laatste tien, twintig procent van de aanneemsom nooit beurt. Tenzij je een halve Duitser bent. Dan maar iets anders. Recycling. Van oude materialen iets nieuws maken, heel gaaf. We zijn begonnen met afval ter plekke te recyclen. Daar werd de concurrentie een beetje narrig van. Als we bij hen aanklopten met partijen waar we de mobiele capaciteit niet voor hadden, namen ze ons in het ootje. Dat gedonder kende ik nog van vroeger. Ik reageerde net als toen: dan doen we het toch zelf? Alles in eigen hand houden, dat maakt je bedrijf slimmer. Alles wat je uitbesteedt, daar word je dom van. Je hebt geen overview, bent afhankelijk van een ander en uiteindelijk beheers je het proces niet meer en prijs je jezelf uit de markt. Ook met de recyclingtak is het astronomisch snel gegaan. Dat je denkt: hoe kan dat nou? We hebben nu zes vaste recyclinglocaties, eind van dit jaar zijn het er negen, volgend jaar twaalf. We zitten overal aan het water, proberen zo duurzaam mogelijk te vervoeren: niet leeg te rijden en grote volumes zoveel mogelijk in één keer te verplaatsen. Dat is geen reclamepraatje, we zijn als eerste grote sloop- en recyclebedrijf voorgedragen voor een bijzondere CO2 -certificering.” Van de crisis zegt Beelen niks te merken. “We groeien elk jaar dertig procent, nog steeds. Maar ik ben niet blind: er zijn meer faillissementen dan normaal. Je merkt dat mensen geen geld hebben, we moeten veel meer vechten, zelfs procederen om de poen op tafel te krijgen. Maar geld is niet mijn drive. Ik ben niet bezig om ergens het laatste kwartje uit te peuteren. Dat interesseert me helemaal niet. Ik wil een mooi bedrijf neerzetten en mensen aan het werk hebben. Hoe meer, hoe beter voor de economie. Dat is mijn focus. Ook over tien jaar. Of twintig. Waarschijnlijk ga ik dood in dit bedrijf, dat denk ik ja. Ik ben een entrepeneur. Ik ben een bouwer.” # MAART 2012 15 DEZAAK_280212.indd 1 27/02/12 13.53