ZAAK EN PARTNER TEKST: MARIELLE WOPEREIS FOTOGRAFIE: MARCO DE SWART Louise over Martine Fokkens: “Martine had het heel gauw door” Martine, die was gek met de sopdoek. Als ze dan op straat stond met haar emmertje, had ze natuurlijk aanspraak. Martine vond dat wel leuk. ‘Die man wilde met mij mee’, kwam ze op een keer vertellen, helemaal giechelig. Ze begon vragen te stellen over het werk. Ik vond het wel genoeg, één van ons achter de ramen, maar ja, het waren moeilijke tijden. Oproer op de Dam en het Rokin, stakingen. Jan van Martine had geen werk en je kon als mooie meid goed geld verdienen. De eerste keer dat ze een hip (klant, red.) had, was ze best zenuwachtig, maar toen waren de vrouwen onderling nog sociaal. Bleven we er gewoon bijstaan om te helpen het kapotje erom te doen. Ik heb me nooit zorgen gemaakt dat Martine haar mannetje niet zou staan. Je spéélt de hoer, maar je bént het niet. Je blijft altijd de baas. Martine had dat gauw door. Toch zijn er altijd mensen die op ons neerkijken, dus je moet wel een laagje op je ziel hebben. Mannen die zomaar aan je zitten, want je bent immers maar een hoer? Mensen die je proberen te besodemieteren, omdat ze denken dat je dom bent. Dan kun je ze krijgen, dan zeggen we d’r wat van of we lachen je recht in je gezicht uit. Daarin hebben we veel steun aan elkaar. Als blonde eeneïige tweeling waren we natuurlijk wel een attractie op De Wallen. “O p de kast waar ik werkte, hadden ze een werkster nodig. Dat leek me wel wat voor Op een gegeven moment wilden we zelf een kast beginnen. In de buurt kenden we veel jodenjongens en via hen vonden we een betaalbaar bedrijfspandje in de Koestraat. Ons bordeel heeft nooit een naam gehad, het werd gewoon ‘nummer 14’. Dat is zó bekend in de buurt. Je zou misschien denken dat we minder geld kwijt waren dan toen we een plek achter het raam moesten huren, maar we konden gelijk beginnen met betalen. Er zat geen riolering in. De fundering moest eruit. Jan van Martine was heel handig. We deden het stukje bij beetje, als we verdiend hadden ging er weer een sprotje in. Dat waren de mooiste jaren. We konden onze eigen werktijden bepalen. We woonden om de hoek. Vaak zaten we op het bankje voor de deur te ouwehoeren. Of we gingen geld uitgeven, aan dure kleren. We waren dol op bont en leer. En rode schoenen. Rood is onze kleur. Maar ja, we mochten niet verhuren, terwijl iedereen dat deed. Dan werd er gedreigd met sluiting. De gemeente zit de business altijd dwars, terwijl ze de echte problemen niet aanpakken. Nu worden De Wallen geregeerd door Oost-Europeanen en door grootverdieners in het buitenland. Er werken hele jonge meiden die niks van het vak weten. Het enige dat ze wordt verteld, is dat ze maar op hun rug moeten gaan liggen. De helft staat stijf van de drugs. Als we de Koestraat niet hadden verkocht, was het pand nu goud waard geweest. Dan zou Martine nu ook niet meer hoeven pezen. Dat gun ik haar zo!”# WIE: Louise en Martine Fokkens (12-5-1942) RELATIE: Eeneïge tweeling, compagnons ACHTER DE RAMEN: Louise sinds 1962, Martine sinds 1965 EIGEN KAST: Van 1978 – 1994, Koestraat 14, Amsterdam BOEK: Ouwehoeren – Verhalen uit de peeskamer, geschreven door 46 MAART 2012
Louise over Martine Fokkens: “Louise gaat altijd als eerste” Martine over Louise Fokkens: “L ouise is echt mijn grote zus. Zij gaat meestal als eerste; ik kijk het altijd even aan. Ik werd ook als tweede geboren, twintig minuten na Louise. Mijn moeder wist helemaal niet dat ze zwanger was van een tweeling. Dat kon nog makkelijk gebeuren in die tijd. In het begin waren er dus maar kleertjes voor één, maar ik heb me nooit minder gewenst gevoeld. Ik was meer een leuk extraatje. Louise ging eerder het huis uit dan ik. Ik voelde me in de steek gelaten, we waren daarvoor altijd samen. Ze was smoorverliefd op Willem en moest trouwen omdat ze zwanger van hem was. Op haar negentiende had ze al drie kinderen. De woningnood was hoog in die tijd, dus telkens als Louise en Willem naar iets groters konden verhuizen, ging ik er achteraan. Ik moest wel eerst trouwen met Jan voor ik de deur uit mocht. Toen ik erachter kwam dat Louise voor mooie meid zat, kon ik het echt niet geloven. Ik wist eerst niet eens wat een mooie meid was. ‘Dat is mijn zuster, die doet dat niet!’ Dat ze werd gedwongen door Willem, daar werd niet over gepraat. Die had losse handjes, en mooie praatjes. Hij had haar beloofd dat ze het maar twee jaar zou hoeven doen. Willem gedroeg zich als pooier, die wilde veel geld. Jan is nooit zo geweest. Natuurlijk profi teerde hij van het geld dat binnenkwam, maar hij eiste het niet op. Hij deed ook veel voor ons, knapte ons pand aan de Koestraat helemaal op. Dat we de Koestraat weer hebben moeten verkopen, was omdat iedereen erop liep te azen. De penoze natuurlijk, en de buurt en de gemeente. Het blijven altijd twee werelden die langs elkaar schuren, de onder- en de bovenwereld. De gemeente probeert sowieso om de zoveel jaar om je weg te krijgen. Ondertussen hebben we de grenzen opengezet voor meiden uit de hele wereld. De meesten spreken geen Nederlands en ze zorgen ook niet meer voor elkaar zoals vroeger. In de begintijd was het heel gewoon om bij elkaar aan te kloppen of alles goed is, nu word je weggehoond. Ik ben nu bijna zeventig en wil heel graag stoppen met werken. Maar ja, van een aow’tje kan ik niet rondkomen. Als je je halve leven voor mooie meid hebt gezeten, dan heb je geen ruim pensioen en ben je ook nooit goed verzekerd geweest. Louise moest wel stoppen, die heeft reuma. Mijn lijf is ook op. Het vak bestaat wel, maar er wordt niks voor je geregeld. Je moet overal zelf voor zorgen, je bent toch tweederangs burger. Wat dat betreft is het wel heel leuk dat we nu zoveel waardering krijgen van de mensen die ons boek lezen of de documentaire over ons hebben gezien. Nadat er jaren op ons is gespuugd, zitten we nu toch maar mooi te signeren bij hele chique boekhandels en zijn we al een paar keer op televisie geweest. Nu nog boter bij de vis.” # Martine en Louise Fokkens, Bertram + De Leeuw Uitgevers, 2011 DOCUMENTAIRE: Ouwehoeren de fi lm/Meet the Fokkens. Producent: Submarine. Makers: Rob Schröder en Gabrielle Provaas. Première tijdens IDFA 2011, draait in meerdere bioscopen/fi lmhuizen. MAART 2012 47